De Kabouterburcht

wpid-Als_de_zon_de_zee_raakt._klein.jpeg

Wanneer de zon de zee raakt en alle kinderen slapen, komt de kabouterburcht tot leven. Iedere nacht bezoeken de kaboutertjes de kinderen die nog durven te dromen. Als je mamma je een nachtzoen geeft en pappa het licht heeft uitgedaan en de oogjes beginnen te kriebelen, let dan goed op. Vlak voor je weg doezelt kun je de slaapkaboutertjes uit de kabouterburcht zien komen.

Vandaag is het een bijzondere dag, de kabouterburcht opent voor het eerst de deurtjes voor kleine Pollewop. Kleine Pollewop is een piepklein, ietwat ondeugend meisje. Ze heeft vrolijke sprietige haren en haar beste vriend is haas. Ze houd van pindakaas, emmertjes water, zandkastelen en ze is dol op grapjes. Ze zit altijd vol met streken en bakt iedereen een poets. Alleen vandaag was er iets vreemds met haar aan de hand. De hele dag liep ze maar te drentelen, en hoe ze ook dacht en dacht, er borrelde maar geen streek op. Niet eens een ieniemienie grapje wist ze te verzinnen. Wat was er toch aan de hand? Aan het einde van de dag, toen mamma haar een nachtzoentje gaf en pappa het licht had uitgeknipt, lag ze verdrietig in haar bedje. “Haas”, zei ze, “weet jij waar alle grapjes zijn gebleven?” Haas keek haar droevig aan, schudde zijn kopje heen en weer. Nee, haas was ook alle mopjes kwijt geraakt. Het leek wel of alle grapjes op waren gegaan. Sippend dommelde Pollewop in slaap. “Psssst, Pssst” hoorde ze zachtjes in haar oor. “Pssst, wakker worden, ga je mee?” “Hmmm, ik slaap”, knorde Pollewop. Nee, je moet echt wakker worden, piepte het stemmetje. Tegelijkertijd begon opeens alles te kriebelen, alsof wel 1000 kleine vingertjes haar neusje, haar oor, haar knie en haar tenen kietelde. Voorzichtig opent ze haar ogen. Alles is groen, overal ziet ze gras. Heel bijzonder gras, elk sprietje heeft een gezichtje. Op haar buik zitten twee kaboutertjes die vrolijk naar haar zwaaien. “Hallo! Welkom in de kietelkamer! Hier stopt het lachen nooit en worden alle grapjes geboren.”

kriebelkamer met tekst klein

Wij zijn Lik en La, jouw kaboutergidsen. Elk kind krijgt er twee. Ieder kind dat durft te dromen mag hier in de kabouterburcht komen, Zo vaak en zo lang je wilt, er zijn wel  meer dan duizend kamertjes in deze burcht. Zelfs wij kennen ze niet allemaal en wij wonen hier toch al meer dan 100 jaar. Een kaart is er niet, maar de weg zul je heus wel vinden. Het is heel simpel eigenlijk, denk gewoon zoals je overdag nooit denkt en je komt precies waar je wilt wezen. Maar pas op, als je op een gegeven moment vergeet in sprookjes te geloven, dan is jouw tijd hier voorbij, dan kun je hier nooit meer komen.

Omdat het je eerste keer is hebben wij vandaag voor jou een kamer gekozen, jij houdt zo van streken, dus we dachten dat je kietelen dan ook wel leuk kon vinden. Ietwat verdwaasd kijkt Pollewop om zich heen. Een kabouterburcht? Lik en La?Werden echt alle grapjes hier geboren?  Ook de grapjes die ze in haar hoofd vond? Echt alle, alle grapjes van de hele wereld?  En waarom waren er vandaag dan geen grapjes geweest? Oh en die twee gekke springende figuurtjes, zouden dat nu echt kabouters zijn? Die bestaan toch alleen in sprookjes? Dat is in elk geval wel wat mamma altijd zegt! Het hoofd van Pollewop duizelt ervan, maar voor ze de kans krijgt iets te vragen voelt ze allemaal nieuwe kriebels in haar buik. Al het gras om haar heen begint te trillen en voor ze het weet maakt ze een kriebelende salto door de lucht. Lik en La draaien ook alle kanten op en haas probeert zich al giechelend vast te houden aan een lange groene spriet. Als ze weer neervallen op de grond heeft Pollewop buikpijn van al het lachen. Van al dat lachen wordt je moe en Pollewop gaat langzaam liggen in het gras. Om zich heen hoort ze overal mopjes, die gaat ze onthouden, voor thuis. En terwijl ze probeert elk grapje in haar hoofd  te prenten dommelt ze langzaam in slaap.

Wakker worden!! Pollewop, opstaan!!  Chagrijnig hoort ze mamma onder aan de trap haar naam roepen. Pollewop rekt zich uit, en stapt uit bed. Ze voelt zich een beetje raar, een beetje sip en ook haas kijkt zuur. Slaperig stommelt ze de trap af, klimt op haar stoel in de keuken en ploft neer. Wat ben je laat en doe is zachtjes! bromt pappa. Hier, melk, drink op, moppert mamma vanachter haar krant. Normaal krijgt ze een vrolijk zoentje op haar wang of een aai op haar bol en dan een dikke boterham met pindakaas, nu is er alleen maar zure brokkenmelkpap. Wat een stomme dag, iedereen is chagrijnig! Pollewop wordt er boos van. Tegenover haar hangt een spiegel en uit boosheid kijkt Pollewop kwaad de spiegel in, steekt woest haar tong uit, PPFFFRRR! Dan ziet ze opeens iets groens uit haar haar steken. Het lijkt wel een grasspriet. Al starend in de spiegel komen de belevenissen van de nacht weer terug. De rest van de dag is Pollewop druk bezig met het herinneren van alle grapjes die ze heeft gehoord. Maar wat ze ook probeert, geen van de duizend grapjes laat zich horen in haar hoofd.

Die avond gaat Pollewop vroeg naar bed. En ja hoor, haar oogjes prikken nog niet of ze hoort de stemmetjes van Lik en La al in haar hoofd. “Waar wil je heen? Jij mag nu kiezen?” “Ik wil de grapjes vinden, iedereen is hier zo boos”, fluistert ze, “mag ik weer naar de kietelkamer?” Verschrikt kijken Lik en La elkaar aan. Ehhmm, tja, ik weet niet of dat wel zo’n goed idee is? Zegt Lik. “Nee, nee, misschien moest je maar iets anders kiezen. Er is nog zoveel meer te doen. Hou je van springen? Of wil je snoepen? wil je misschien dobberen met de dobbereend? Of tikkertje spelen in de rikketikkamer?” Nee, ik wil naar de kietelkamer zegt Pollewop resoluut. Ok, als je het echt perse wil…….maar schrik niet hoor, het ziet er anders uit dan gister, wij weten ook niet hoe het komt, maar de kietelkamer heeft de griep. De mopjes zijn verdwenen en al het gras kan alleen nog maar niezen, lachen lukt ze niet.

Haas en de veer.

Haas en de veer.

Zodra Pollewop en Haas de kietelkamer in waren gelopen, zagen zij dat Lik en La gelijk hadden gehad. Alles in de kamer was anders dan de dag ervoor. De jonge grassprietjes hadden duidelijk de griep, ze niesde zich een ongeluk en hun oogjes traande. De Oude moppentappers waren er nog slechter aan toe. Hun helder groene kleur was gaan verdorren, elke spriet had wel een bruine plek en een deel was zelfs geknakt. De madelieven in de kamer waren een deel van hun blaadjes verloren en alle vlinders hingen slap, in diepe slaap, aan het plafond. Het was een trieste bedoening. het allerergste was misschien wel de diepe stilte die in de kamer hing. Waar gister nog luchtige grappen rond gonsde was nu alleen maar een dikke, benauwende stilte te horen. De kamer hing vol verdriet, alle vier merkte ze het aan hun stemming. Pollewop verloor haar roze wangetjes, de mutsen van Lik en La hingen op half zeven, en de oren van Haas sleepte over de grond. “Hier ook al, wat is er toch aan de hand. Het ziet er niet naar uit alsof hier nog veel grapjes worden geboren. Hoe kan dat toch?

Iedereen begon tussen het dorre gras druk te zoeken naar een aanwijzing van wat er toch gebeurt kon zijn in de kietelkamer. Lik keek onder elk steentje, terwijl La aan alle sprieten een zakdoek uitdeelde tegen het tranen en het niezen. Pollewop probeerde de slapende vlinders wakker te maken en te vragen wat er was. En Haas hupte dwars door alles heen. Boem, daar struikelde hij over zijn oren, hij was nog niet zo gewend aan zijn hangende oren. Auw! Haas viel met zijn neus boven op een vale veer. Als je goed keek kon je zien dat de veer ooit alle kleuren van de regenboog had gehad. Aan de pen van de veer hing bovendien een lange, donkere, stinkende haar. Jongens, ik heb hier geloof ik iets gevonden stamelde Haas. Pollewop, Lik en La kwamen direct aangerend. Waahhh! Een haar van het Zure Wolvenbeest!!! schreeuwde de kaboutertjes in koor.

 

6 gedachtes over “De Kabouterburcht

  1. Toen Bas en Mik hun tandjes wisselden voor grote mensentanden, heb ik de tandjes altijd bewaard. Bij hen kwam niet de tandenfee langs maar altijd de hoofdkabouter. In een fotorolletje lag hun tandje/kiesje dan op een bedje van watten met een kwartje, En het allerbelangrijkste een piepklein perkamentje met een geschreven boodschap van de hoofdkabouter zelf. Heb zelfs een rood pluisje toen in de slaapkamer op de grond laten vallen en Bas dacht echt dat de hoofdkabouter langs was geweest , want dat rode pluisje kwam van zijn puntputsje. Dat vond ik zo schattig. Ja ik heb ook iets met kabouters. In mijn tuin stonden er altijd wel een paar. In het plantsoen stond een mooie grote boom en onder in die boom was een opening, dat was het deurtje waar de kabouters in en uit konden gaan. Bas lag er dan iets neer voor de kabouters. Als je kinderen groter worden dan geloven ze niet meer in dt soort sprookjes. Dus ik wil best met je op sprookjesavontuur.

  2. Pingback: Fotootje vandaag

Leuk dat je wil reageren!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s